Coachen vergt van alle partijen moed

Blog door Jacco van den Berg

Coaches werken altijd vanuit de realiteit en die kan voor de gecoachte minder prettig zijn. Bij jezelf in een gesprek scherp krijgen dat bepaalde persoonseigenschappen onvoldoende ontwikkeld zijn, is confronterend. Er zijn voor coaches wellicht leukere dingen te bedenken dan iemand zijn tekortkomingen te laten beseffen. Maar coaches moeten durven (door) te vragen. De coach en zijn gecoachte dienen beiden over een flinke portie moed te beschikken.

De ontwikkelreis met GROW

Een beproefde aanpak bij coachen is het GROW-model van John Whitmore.  GROW is een afkorting voor Goal, Reality, Options en What en laat zien dat coachen Resultaat- en Actiegericht is en de stappen die je neemt, zijn als de voorbereidingen voor een reis.

Je pakt de kaart er bij en bepaalt waar je naar toe gaat (Doel) en het vertrekpunt (Realiteit). Vervolgens bekijk je de verschillende routes (Opties) en of je met de trein, het vliegtuig, de auto, et cetera gaat. Tenslotte wordt hierin een keuze gemaakt (Wat)

Het vertrekpunt

Nadat het doel (Goal) van het coachtraject of -gesprek is bepaald, verkennen de gesprekpartners de actuele situatie. Hierin stimuleert de coach de gecoachte terug te blikken en op een rijtje te zetten wat er nu precies speelt.  Voorbeeldvragen om de realiteit  (Reality)te onderzoeken zijn:

  • wat is de redenen dat het ingebrachte onderwerp een probleem of uitdaging is?
  • wat is de huidige situatie? (wat, wanneer, waar, hoe vaak?)
  • wat zijn concrete voorbeelden?
  • wat ging er goed? Wat ging er tot nu toe mis? En hoe komt dat?
  • wat is er tot dusver al gedaan en welke resultaten heeft dat opgeleverd?

Moed voor beiden

De antwoorden op  bovengenoemde realiteits-vragen maken de gecoachte bewust(er) van zijn doen of laten, van zijn afwachtende houding of van te snelle besluiten, et cetera. De vragen van de doorvragende coach plaatsen de problemen, uitdagingen van de gecoachte in een breder kader waardoor deze de oplossingsrichtingen niet vanzelf maar vanuit zichzelf gaat zien.

Om deze (confronterende) vragen te durven stellen, is moed nodig. Het is best moeilijk om een begripvolle spreekwoordelijke hand op de schouder van de gecoachte te leggen als deze wegkijkt en met horten en stoten en misschien een snik de vragen beantwoordt. Het vraagt ook moed van de gecoachte. Want je eigen zwakheden onder ogen zien en te vertellen waar je niet in goed in bent, is niet voor iedereen weggelegd. Je kunt als medewerker er altijd voor kiezen je niet te laten coachen om aansluitend maar te zien waar het schip strandt.

RomeEen andere weg naar Rome

Als het reisdoel bepaald is, is de volgende stap te bepalen hoe je daar komt. In de coaching zijn dat de opties (de O van Options in het GROW-model) die de gecoachte dichter bij zijn doel kunnen brengen.

Vaak zijn er vele wegen die de gecoachte dichter bij zijn coachdoel (de G van Goal) brengen. Maar ook gecoachten zijn gewoontedieren en kiezen vaak voor het oude vertrouwde. Ook hen ontbreekt het soms aan moed om uit de comfortzone te stappen. Maar nu zij door de vragen van hun coach bewust(er) zijn gemaakt dat ze uit een ander vaatjes moeten tappen, is het bewandelen van een plat getreden pad geen optie meer. Loslaten van ‘het oude’ en ‘het nieuwe’ omarmen: je moet het maar kunnen en durven. Het is niet voor iedereen weggelegd om (op tijd) zijn comfortzone te stretchen of er zelfs uit te stappen.

Durf als coach te vragen

Een coach die aardig gevonden wil worden, moet confronterende vragen achterwege laten en gaan redden. Weinig professioneel en ook bij coaches is het zo dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken. Coachen is soms best wel een harde bezigheid waarin een goede coach  met vragen de vinger op de zere plek durft te leggen. Echter, als het het hogere doel van de coaching, het vergroten van de eigen verantwoordelijkheid om tot effectiever gedrag te komen, helder is, is er niet zo veel aan de hand. De gecoachte weet dat na het zuur het zoet komt.

Moed

Coachen vraagt dus om moed. Moed om echt in de voorgehouden spiegels te kijken en dus de realiteit onder ogen te zien. Moed van de gecoachte om het pappen en nathouden achter zich te laten en de confrontatie met zich zelf aan te gaan. Dus om door zure appels heen te bijten die hem dichter bij het doel brengen. Het vergt ook moed van de coach. Met zijn goed bedoelde confronterende en oplossingsgerichte vragen, leidt de coach de gecoachte na het zuur tot het zoet. Je moet het allemaal maar zien en durven.

 

Deze blog bevat passages uit het boek Het coachingsalfabet en maakt deel uit van de reeks De Alfabetboeken.

jacco van den berg Geschreven door Jacco van den Berg

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s